02-04-2026
Johannes 13,1-15
Kern: vers 4 en 5
Jezus legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom.
Het dienen van medemensen in deze vorm gebeurt ook in onze tijd: door al die trouwe medewerkers in de thuiszorg en ziekenhuizen; door diakenen en gemeenteleden die de tijd nemen voor kwetsbare medemensen; door vrijwilligers in hospices; door vrijwilligers van taallessen voor statushouders. Een enkele keer vertellen zij over hun motivatie en liefde voor de medemens. Dat zijn toch tekenen van de werking van de Geest. We zien dat de Geest de kerk brengt waar mensen zijn, midden in het leven.
Schikking:
De voetwassing wordt gesymboliseerd met water, een
(linnen) doek en bloeiende viooltjes. Het kleine viooltje wordt vaak geassocieerd met de drie-eenheid vanwege de drie kleuren, zoals bij de iris. In de middeleeuwse miniaturen in de Bijbel zie je vaak het viooltje getekend als symbool voor nederigheid. Het witte viooltje symboliseert het onschuldige, het zachtmoedige.