Ouderling: Maria Stremler
Diaken: Neeltje van der Woude
Organist: Mars van ‘t Veer
Koster: Durk Haagsma
Voorganger: ds. Joke van der Velden
Zondag 10 augustus 2025
St. Margrytkerk te Easterlittens
Orgelspel
Welkom door ouderling van dienst
aansteken van de twee tafelkaarsen
VOTUM
o. We zijn hier samengekomen in de naam van
de Vader en de Zoon en de heilige Geest
allen: Amen
Lied 8a: 1, 2 en 3(zo mogelijk staande)
O God, ús Hear, hoe hearlik is
Jo namm’yn alle heugenis.
De hiele wrâld oer klinkt Jo rom.
De himmel ropt Jo gloarje om.
It earste bernelûd al seit
Jo sterkte en Jo majesteit.
Jo dy’t ús swakkens kenne, Hear,
ûntwapenje al wat ús benearet.
Sjoch ik de stjerren yn ‘e nacht,
Jo himelhege skeppingspracht.
Wat kinn’ Jo yn in minske sjen?
Hoe acht jaan op in minskebern?
BEMOEDIGING en GROET
v. Onze hulp is de NAAM van de Levende God
allen: die hemel en aarde gemaakt heeft.
v. Genade en Vrede van God de Vader,
die als een moeder over ons waakt, en
van Jezus, onze broeder en van de
Geest met haar inspiratie voor ons allen.
Allen: Amen
u kunt gaan zitten)
ZINGEN Lied 8a: 5 en 6
De fisken, fúgels, skiep en kij
Sy bûge foar syn hearskippij.
De bisten binnen ien foar ien
Him hearrich yn ‘e mjitte gien.
O God, ús Hear, hoe hearlik is
Jo namm’yn alle heugenis.
De hiele wrâld oer is rûnom
In minskebern Jo gloarrje’en rom.
GEBED om ONTFERMING
ZINGEN Lied 287: 1 en 2
Rond het licht dat leven doet
groeten wij elkaar met vrede;
wie in voor- of tegenspoed
zegen zoekt, mag binnentreden,
bij de Eeuw’ge zijn wij thuis,
kind aan huis.
Rond het boek van Gods verbond
noemen wij elkaar bij name,
roepen wij met hart en mond
levenswoorden ja en amen
als de kerk van liefde leest
is het feest!
Bij de opening van het Woord
Open Uw Woord en maak ons hart
daarvoor ontvankelijk zodat
wij de betekenis verstaan.
Schep met Uw Geest in ons ruim baan.
Open ons hart opdat Uw Woord
in al haar rijkdom wordt gehoord
en dat wij in het oude boek
vinden waar ieder mens naar zoekt.
1e Lezing 2 Koningen 5: 1 – 16
1Naäman, de bevelhebber van het Aramese leger, was een groot man in de ogen van zijn koning en stond in hoog aanzien. Maar deze grote krijgs-man had een huidziekte die onrein maakt. 2Nu hadden de Arameeërs uit Israël een klein meisje meegevoerd, dat als slavin diende bij de vrouw van Naäman. 3Zij zei tegen haar meesteres: ‘Ach, kon mijn meester maar eens naar de profeet in Samaria gaan, die zou hem wel genezen.’ 4Naäman ging naar de koning van Aram en die zei: ‘Ga erheen. Ik zal u een brief meegeven voor de koning van Israël.’ Naäman ging op weg, met tien talent zilver bij zich, zesduizend sjekel goud en tien stel kleren. 6In de brief stond: ‘Met deze brief stuur ik mijn dienaar Naäman naar u toe, om door u te worden genezen.’ 7 En het geschiedt: Zodra de koning van Israël de brief gelezen had, scheurde hij zijn kleren en riep uit: ‘Ben ik soms God, dat ik kan beschikken over leven of dood? 8Toen de godsman Elisa hoorde dat de koning van Israël zijn kleren had gescheurd, liet hij hem vragen: ‘Waarom hebt u uw kleren gescheurd? Laat die man bij mij komen, dan zal hij merken dat er in Israël een profeet woont.’
9Naäman reed met zijn wagens en paarden naar het huis van Elisa. 10Elisa stuurde een bode naar buiten om hem te zeggen: ‘Baad u zevenmaal in de Jordaan, dan zal uw huid weer gezond worden en zult u weer rein zijn.’ 11Kwaad ging Naäman weg. ‘Ik had gedacht dat hij zelf naar buiten zou komen,’ zei hij. 13Maar zijn bedienden kwamen hem achterna en zeiden: ‘Meester, had de profeet u een groot woord gegeven, had u dat wel gedaan? Dus nu hij tegen u zegt: “Baad u, en u zult weer rein worden,” moet u dat zeker doen.’ 14Hierop daalde Naäman af naar de Jordaan en dompelde zich daar zevenmaal onder, zoals de godsman had gezegd. Zijn huid werd weer gezond, zo gaaf als de huid van een kleine jongen, en hij werd rein. 15Toen keerde hij met zijn hele gevolg naar Elisa terug en zei: ‘Er is in de hele wereld geen God, behalve in Israël! Alstublieft, neemt u een geschenk van uw dienaar aan.’ 16Maar Elisa antwoordde: ‘Zo waar de Eeuwige , in wiens dienst ik sta, leeft, ik zal niets aannemen.’ En hoe Naäman ook aandrong, Elisa bleef weigeren.
ZINGEN melodie Psalm 119
Hoe kan er in de wereld vrede zijn
wanneer gerechtigheid
en recht niet tellen,
wanneer soldaten sneuvelen in pijn
en burgers schuilen in verborgen kelders.
Als de agressor aast op meer terrein
en kracht en afweer niet meer kunnen helpen.
Oh Jezus, laat hen niet de dood ingaan,
het leven is bij U in goede handen.
U droeg het kruis en biedt ons vrede aan,
een warm onthaal
van vrijheid, open armen.
U helpt ons in de strijd van het bestaan
en geeft als ‘wapen’ liefde voor de ander
2e Lezing Marcus 8: 34 – 36 (Frysk)
34 Jezus riep de menigte samen met de leerlingen bij zich en zei: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. 35Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het behouden. 36Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven? 37Wat kan hij geven in ruil voor zijn leven?
aansluitend lied 339a
“U komt de lof toe, U het gezang
U alle glorie, o Vader, o Zoon, o Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen”
UITLEG en VERKONDIGING
Orgelspel
ZINGEN Lied 841: 1 en 2
Wat zijn de goede vruchten,
die groeien aan de Geest?
De liefde en de vreugde, de vrede allermeest,
geduld om te verdragen en goedertierenheid,
geloof om veel te vragen,
te vragen honderd uit;
Geloof om veel te geven,
te geven honderd-in,
wij zullen leren leven van de verwondering:
dit leven, deze aarde, de adem in en uit,
het is van Gods genade
en zijn lankmoedigheid.
Gebed en Onze Vader
Zoveel namen, zoveel gezichten
houden mij wakker in de nacht,
wie houdt er over hen de wacht,
tot wie kan ik mij richten?
Refrein: Behoed wie ons ter harte gaan
Gij goede grond van ons bestaan
Wees hen nabij.
wie sterven, wie nog leven,
wat moet een mens zien te doorstaan –
en hoever kan ik met hen gaan
hoeveel heb ik nog te geven? Refrein:
De zieken, de vermoeiden,
het groot verlies, de kleine pijn,
de onmacht en het scherp venijn
de liefde die uitbloeide. Refrein:
Wek diep in ons het weten
van liefde die ons falen draagt
die ons in vol vertrouwen vraagt
de and’re mensen, de hele wereld
niet te vergeten. Refrein:
Mededelingen en Collectes: Faridpur
ZINGEN 981: 1, 2 en 5 (zo mogelijk staande)
Salang’t op ierde minsken binne
En d’ieder fruchten jout, sa lang
Sill’Jo ús as in heit beminne,
Foar al wat libbet, God, ús tank.
Salang’t de minsken wuren sprekke,
Salang’t wy libje foar elkoar,
Sa lang sill’Jo ús net ûntbrekke,
Yn Jezus’namme tank dêrfoar.
Dêrom moat alles Jo oanbidde,
Jo leafde hat ús ’t libben jûn.
Wy binne’as bern oan Jo besibbe
En bliuwe mei jo bern ferbûn.
Uitzending en Zegen
Laat in de week die voor ons ligt
ons doen en laten zijn gericht
op wat ons hier is uitgelegd:
het Rijk van God, - ons toegezegd.
Gezegend gaan wij nu op pad,
bemoedigd door de woorden
dat God zelf met ons op weg wil gaan,
iedere dag van ons bestaan.
Zegen (Rom. 15:13)
De God van de hoop vervulle u met louter vreugde en vrede in uw geloof, om overvloedig te zijn in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.
Gemeente zingt: Amen (3x)