~ Op naar 2040 ~

In het Friesch Dagblad verschijnt een serie artikelen waarin mensen uit christelijk Nederland terug- en vooruitblikken op hoe de kerken zich (gaan) ontwikkelen. Op 7 januari was Dr. René de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland aan de beurt. Hieronder volgt een groot deel van zijn artikel met daarin enkele punten die ook voor ons als dorpskerken interessant zijn.

Na een korte terugblik over de laatste 20 jaar met een intensief en slopend fusieproces tussen de kerken achter de rug, schrijft René de Reuver dat de blikrichting van de kerk veranderde:

“De Protestantse Kerk in Nederland riep een missionaire afdeling en een jongerenbeweging (JOP) in het leven. Er kwam een missionaire beweging op gang. Veel plaatselijke gemeenten gingen zich bezinnen op een beweging naar buiten. Op zoek naar contacten met mensen die het christelijk geloof niet kennen of daarvan vervreemd zijn. Plaatselijke gemeenten gingen pionieren, wijkgemeenten in grote steden richtten zich op jonge mensen en predikanten gingen op zoek naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Andere gemeenten voelden zich gesterkt in hun inzet voor de leefbaarheid van hun dorp of stadswijk, in hun diaconale werk, in het organiseren van missionaire cursussen zoals de Alpha-cursussen of in gesprekskringen rond de Bijbel. In de loop van dit proces ontstonden pioniersplekken [zoals Nijkleaster in Jorwert]: nieuwe vormen van kerk-zijn voor mensen die niet of niet meer aangesloten zijn bij een kerk. Steeds als onderdeel - en niet als concurrent - van een lokale gemeente die het initiatief steunt met financiën en gebed. Nu, vijftien jaar na 2004, is een aantal van deze plekken uitgegroeid tot kleine, zelfstandige gemeenten, zogenaamde ‘kerngemeenten’, binnen de Protestantse Kerk.
Vergrijzing
Tegelijk blijft de kerk krimpen, is er sprake van vergrijzing - slechts 8 procent van de belijdende leden is onder de veertig jaar - en moeten kerkgebouwen worden afgestoten. Dat zijn pijnlijke cijfers. Dat ook andere instituten krimpen is slechts een schrale troost. Op veel plaatsen leidt deze krimp tot een kramp om alle activiteiten zo lang mogelijk overeind en onder controle te houden. Het gevolg hiervan is dat steeds minder mensen steeds meer moeten doen, vrijwilligers overbelast en uitgeput raken. Zo’n situatie heeft iets van een fuik: het net sluit zich steeds nauwer totdat er geen perspectief is. Deze kramp blokkeert het zoeken naar nieuwe wegen. Iets nieuws wordt dan al snel ervaren als ‘we moeten nóg meer doen’.
Hier tegenover roept de kerk sinds enkele jaren gemeenten op om terug te keren tot de kern. Om met open in plaats van verkrampte handen te zoeken naar waar het op aankomt. Naar waar men zich toe geroepen weet. Naar wat hen drijft en gaande houdt. Centraal hierbij staat de overtuiging dat kerk leeft van genade, van wat God schenkt. Wij zijn niet geroepen om de kerk te redden - daar zorgt God zelf voor - maar om van zijn genade te leven en daar te zijn waar Hij zich laat vinden. Waar mogelijk samen met anderen.
Isolement
Als missionaire kerk heeft de Protestantse Kerk bewust gekozen voor een diversiteit van kerkvormen. Onze complexe samenleving, waarin oude instituten steeds minder mensen aanspreken, vraagt hierom. De seculiere context stelt alle oude vragen weer opnieuw aan de orde. Een ervan is die van het ambt. De bezinning hierop is volop gaande. Niet vanuit een binnenkerkelijk discours, maar vanuit de uitdaging om, op diverse wijze, daar te zijn waar God zich laat vinden. De tijd van isolement is voorbij. We hebben elkaar meer nodig dan ooit.
De toekomst van de kerk in ons land is onzeker. Niemand kan voorspellen hoe de kerk er over twintig jaar voorstaat. Wat we zien is dat velen op zoek zijn naar zin en spiritualiteit. Grote thema’s als kwaad en schuld, verdriet, angst, lijden en dood zijn actueler dan ooit. In deze context speurt de kerk naar de beweging van Geest. Het evangelie is niet bestemd voor een kleine groep, maar gaat allen aan. Heel de wereld is in beeld bij God: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe’. (Johannes 3:16, NBG 1951)
In het voetspoor van Jezus is de kerk geroepen om present te zijn in de samenleving, in het bijzonder in haar rafelranden. Om daar te zijn waar mensen tussen wal en schip raken of in eenzaamheid verdrinken - letterlijk of figuurlijk. Om op te komen voor kwetsbaar leven. Voor een schepping die zucht onder uitputting en vervuiling door ons mensen. Om gastvrij te zijn, ook als dat ongemakkelijk voelt en veel kost. Jezus zelf gaat ons hierin voor. Wat Hem dit alles kostte vertelt het evangelie. Ik geloof dat we in vertrouwen op weg mogen gaan. Immers: de toekomst van de kerk is niet aan ons. God zelf draagt zorg voor zijn kerk. Dit te weten ontkrampt, ontspant en inspireert.”

Ik sluit me graag aan bij zijn woorden. We kunnen ons de nodige zorgen maken over de kerk die ons dierbaar is, uiteindelijk is de toekomst van de kerk niet aan ons.

Ds. J.Hilverda