Geloven na Goede Vrijdag en Pasen

‘De Heer is onze reisgenoot,
Hij die ons zijn gezelschap bood
en sprekend over kruis en graf
geduldig tekst en uitleg gaf.’

Met deze dichtregels van Jaap Zijlstra uit lied 646 wil ik graag de Schriften begrijpen, met Jezus als reisgenoot. Daartoe keer ik terug naar de woorden die hij sprak in de hof van Getsemane en mij tot op de dag van vandaag weten te raken. Hij was een mens die dezelfde twijfel kende, dezelfde onzekerheid over de weg die hij moest gaan, als vele anderen. Een mens als wij met vragen als: wat is de zin van mijn bestaan, waar ligt mijn bestemming, waar loopt mijn leven op uit?

Bij Jezus’ worsteling betrekt hij God die hij als een Vader in zijn leven toeliet maar die zich tegelijk ernstig afvraagt of dat wat komen gaat, zijn lijden, zijn arrestatie wel Zijn bedoeling, Zijn wil is. In de hof is er de innerlijke strijd. Ik wil daar iets over kwijt omdat ik denk dat het ons dichter kan brengen bij een verstaan van het lijden, een begrijpen van iets wat amper te begrijpen en te verdragen is. Maar je verbinden met Jezus helpt om dichter bij hem en bij degene die hij zijn Vader noemde te komen en zo dichter bij onszelf en onze bestemming te komen.

In de hof van Getsemane kan Jezus niet direct ‘ja’ zeggen wanneer hij ziet dat zijn weg gaat uitlopen op de gewelddadige dood aan het kruis. Sterven doet niemand graag. Ook in Jezus is de drang om te leven sterker dan de bereidheid om te sterven! ‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker mij voorbijgaan; doch niet gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt (Matteüs 26,39).’ In het Lucasevangelie verschijnt er een engel om hem bij te staan in zijn doodsangst die daarna niet afneemt, alleen nog maar intenser wordt! Alsof de engel hem bij staat in de weg die hij nog verder moet gaan, voorbij alle gevoelens, gedachten en verlangens tot op het naakte bestaan, waarin hij helemaal is aangewezen op God. Het aanvaarden van zijn vrees brengt hem bij God.

Tot drie keer toe bidt Jezus of de beker aan hem voorbij mag gaan, tot zijn vertrouwen het wint van de angst en komt hij tot het gebed dat hij ons ook in het Onze Vader aanbeveelt: ‘Uw wil geschiede.’ Met angst en al laat hij zich vallen in de handen van God. Na dit gebed lukt het hem om met een innerlijke rust zijn weg naar het kruis te gaan en de spot en veroordeling te verdragen, de pijn van de spijkers in zijn lichaam, de vernedering. In het gebed komt hij tot rust en overgave en leert hij dat hij op die manier een bron van zegen en heil wordt.

In ons gebed volgen we niet alleen de eigen behoeften en stemmingen, maar als we in het gebed tot op de grond van onze ziel komen, dan beleven wij de wil van God als onze innerlijke vrede. Soms zijn we bang dat God iets anders zou willen dan wat goed voor ons is. Maar juist waar meer vrede, meer levenskracht, meer vrijheid is, daar is Gods wil. We hoeven niet bang te zijn dat God iets anders zou willen dan goed voor ons is. Hij is geen bedreiging. De wil van de Vader staat niet tegen over ons als een bedreiging. Jezus kwam tot dit inzicht en dit rustige weten dat dit de weg is die hij moet gaan, dit de weg is die naar het leven leidt. Het kruis wordt een overwinningsteken, een bron van heil en zegen, van verlossing en bevrijding voor ons allemaal.

‘Zo valt een lange weg ons licht,
de Schrift opent een vergezicht
en brengt verdwaalden dicht bij huis,
verloren zonen komen thuis.’

Ds. J.Hilverda