Laudate omnes gentes

In het Liedboek staat een lied dat met de bovenstaande Latijnse woorden begint. Het hele lied bestaat uit slechts één regel: ‘Laudate omnes gentes, laudate Dominum’. In de vertaling betekent dat: ‘Verblijdt u alle volle volken, verblijdt u in de Heer.’ U vindt het lied dat op muziek is gezet door de monniken van Taizé onder nummer 117d. Inderdaad, het is geïnspireerd op de kortste psalm uit het boek der Psalmen. We kunnen het zingen met Pinksteren, het is een passende reactie op de komst van de heilige Geest in het leven van de getuigen, van de mensen uit al de volken die bijeen waren in Jeruzalem. Het meditatieve lied is eindeloos te herhalen tot de woorden landen in je hart en bezit van je nemen zodat het leven één grote lofprijzing wordt. Dat is tenminste het ideaal, de werkelijkheid ziet er anders uit.

Met Pinksteren mochten wij nog niet samen komen om te zingen. Er gebeuren nog te veel nare dingen in deze wereld om echt blij te zijn. Daarom zing ik nu in mijn eentje, ik laat de muziek en de woorden rondzingen in mijn hart. Ik kan het niet laten, al lijkt het allemaal nogal onredelijk en onbegrijpelijk om dit lied te zingen. Gelukkig blijk ik niet de enige te zijn die in stilte ‘los’ wil gaan. Nee, veel meer mensen loven God, ja alle mensen, alle volken zeg ik nu heel overmoedig. Maar dat is het wonder van Pinksteren: hoe verschillend we ook zijn, wat onze achtergrond ook is, we horen bij elkaar. We spreken ten diepste dezelfde taal, we kunnen elkaar verstaan. Dat is toch om blij van te worden.

Vandaag en morgen hebben we elkaar nodig om de crisis waar we in zitten te doorstaan en niet op te geven. En zingen helpt daarbij, zingen zorgt ervoor dat we de moed niet verliezen. Jezus zegt het in zijn afscheidsrede: ‘Maak je niet ongerust en verlies de moed niet (Johannes 14,27).’ Hij beloofde ons de komst van de heilige Geest die alles duidelijk zal maken. Dit jaar moesten we Pinksteren op minstens anderhalve meter afstand vieren, we waren niet bijeen in een ruimte van een of andere kerk. En dat valt ons zwaar. Het is jammer dat we voorlopig niet op de vertrouwde wijze de lofzang gaande kunnen houden. De heilige Geest mag nu op een andere manier aan het werk om ons te inspireren en te bemoedigen. Laten we dat doen, laten we blijven zingen (op een of andere manier) en ons hart open stellen voor de warmte, het vuur en de verbindende kracht van de Geest. ‘Bring hulde, alle folken, bring hulde oan de Hear!’

Ds. Jurjen Hilverda