Op weg naar Pasen

We leven in zorgelijke tijden. Het coronavirus ontregelt ons bestaan, het verspreidt zich over de hele wereld en is ondertussen al lang en breed in Friesland aangekomen. Het beïnvloedt ieders leven. Ik schrijf dit stukje op 24 maart, per dag en zelfs per uur worden besluiten genomen en nieuwe getallen genoemd van mensen die ziek zijn geworden en ondertussen zijn komen te overlijden. Het zorgelijke is dat er nog geen medicijn voorhanden is en dat we niet weten hoelang het allemaal gaat duren. Het maakt dus onzeker, het is ongrijpbaar. Bedrijven, ziekenhuizen, scholen, theaters, winkels, horeca, enz. enz., ja alle geledingen in de samenleving ondervinden de gevolgen ervan, iedereen krijgt ermee te maken. In de aanpak van de problemen blijkt elk land het weer anders te doen. Wat is wijs, wat is verstandig?

We zitten midden in een crisis. De opvoedcoach heeft in dezen een eigen en belangrijke taak. Hij zal de ouders van jonge kinderen adviseren hun kinderen weg te houden bij de paniekberichten: ‘Bespreek de nuance, benadruk dat het ‘maar’ een griepje is. Oudere mensen gaan misschien dood, maar jij zeker niet.’ Ondertussen nemen we allerlei maatregelen om zo goed mogelijk de verspreiding van het virus tegen te gaan. We geven elkaar geen hand meer, grote evenementen zijn allang afgelast, kerkdiensten gaan niet door, met Pasen zitten we binnen. Hier gebeuren dingen die we nog niet eerder hebben meegemaakt.
We maken door de nood gedwongen een pas op de plaats. De economie krijgt grote klappen. Zwakke en broze mensen maken zich zorgen om hun gezondheid. In deze toestand realiseren we ons dat we met al onze kennis en kunde kwetsbare mensen blijven, we beheersen het leven niet. We worden bepaald bij de niet-maakbare kant van het leven. Een van de belangrijke dingen die we altijd kunnen doen is bidden, om kracht en moed te verzamelen. Het gebed is door de tijden heen een sterke vorm van overgave en vertrouwen geweest, in het zoeken naar God, het fundament, de vaste rots. In het gebed wendt een mens zich tot de Eeuwige en bidt bijvoorbeeld voor de slachtoffers, de hulpverleners, de wetenschappers en bestuurders van ons land. Zeker, nood leert bidden.
De scriba van de generale synode van de PKN schreef onlangs, als reactie op de tijd waarin we ons nu bevinden: ‘Onze zekerheid en houvast ontlenen we uiteindelijk niet aan de juiste papieren, verzekeringen, inentingen of medicijnen - hoe noodzakelijk die ook zijn - maar aan vertrouwen. De zekerheid van de hoop dat we tenslotte geliefd, gekend en gedragen worden.’ In deze tijd van het kerkelijke jaar proberen we nog meer dan anders met geloof naar de werkelijkheid te kijken en onze angst om te zetten in vertrouwen, wanhoop in hoop. We scheppen ruimte voor dat wat er echt toe doet en we werkelijk belangrijk vinden. Dat kan helpen om niet in paniek te raken, en te doen wat gedaan moet worden. Vanuit die rots, ‘de vaste rots van ons behoud’. Morgen zal het Pasen zijn.

Ds. J. Hilverda