‘Hoop houden is hard werken’

Er worden weer plannen gemaakt voor een nieuw kerkenwerkseizoen. Maar we weten niet zeker of alles wel door kan gaan. Vanwege de corona. Alle geplande activiteiten zijn onder voorbehoud of worden anders ingevuld. Veel bijeenkomsten, waaronder kerkdiensten, optredens en bruiloftsfeesten zijn niet doorgegaan of worden uitgesteld, wachtend op betere tijden. Ondertussen mogen we wel weer bij elkaar komen maar vanwege de anderhalvemeter afstand die we in acht moeten nemen zijn we met minder mensen dan doorgaans. Het is behelpen, we mogen zelfs niet zingen. De ruimtes van onze kerken zijn daarvoor te klein. We worden creatief: we bieden online diensten aan, halen solisten in huis, of zingen na afloop met z’n allen buiten. Buiten zingen is namelijk wel verantwoord. We houden hoop.

Maar hoop houden is hard werken, het komt niet vanzelf. Het is niet alleen een gevoel, het is ook een inspanning. Een uitspraak van de Tsjechische oud-president Václav Havel kan ons helpen. Hij zei: ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.’ Indrukwekkende woorden van iemand die de hoop niet uit het oog verloor, zelfs niet toen hij ten tijde van het communisme in de gevangenis belandde vanwege zijn politieke overtuiging. Wanneer je de hoop niet verliest, al lijken de omstandigheden van het tegendeel te getuigen, kom je een heel eind. Je slaagt erin niet bitter te worden noch je innerlijke kracht en overtuiging te verliezen.

Leven met hoop betekent dat je op een manier naar de wereld kijkt, die je niet afhankelijk maakt van de barre feiten van de corona. Mensen die geloven willen de hoop en niet de wanhoop het laatste woord geven. Daarvoor hebben ze elkaar en God nodig. Ze maken ruimte voor de mogelijkheid van het geloof, zij geven voedsel aan hun ziel. Zij ontdekken dat deze hoop niet afhankelijk is van wat er in de wereld gaande is. Hoop is weten dat er een betere toekomst komt. Dit weten is de motor die ons gaande houdt en ons met elkaar verbindt.

In de kerk zijn we goed in het onderhouden van de ziel waar Havel het over had. Zingen, bidden, lezen, luisteren, spreken, dienstbaar zijn en stilte zijn onmisbare ingrediënten. De kerk leeft daar al eeuwen van. In het komende seizoen, bij de start van een nieuwe periode in het kerkenwerk putten wij daaruit en oefenen ons in de hoop die in ons leeft. We zijn vol van hoop!

Voor de apostel Petrus was het duidelijk. Voor hem was de hoop die in ons leeft gebaseerd op Christus, de rots waarop we staan, het fundament waarop we rusten. In zijn brief in 1 Petrus 3 vers 15 vraagt hij zijn lezers nog een stapje verder te gaan door altijd bereid te zijn ‘tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is’.
Het nieuwe seizoen begint pittig en uitdagend. Maar we laten ons leiden door de hoop. Hopen heeft te maken met een weten dat de liefde van God en zijn trouw het laatste woord hebben.

Ds. J. Hilverda